Bloemenkraam Oude Binnenweg Na 70 Jaar Verplaatst

MENKRAAM OUDE BINNENWEG NA 70 JAAR VERPLAATST
Eind april is het zover. Na ruim 70 jaar op de Oude Binnenweg kruising Mauritsplaats gestaan te hebben verhuist de meest bekende bloemenstandplaats van Rotterdam van Peter en Sandra Kloppert naar het Eendrachtsplein richting kabouter Butt-plug.
De verplaatsing vindt plaats op verzoek van de gemeente Rotterdam die werkzaamheden aan de Mauritsstraat gaat doen en uiteindelijk een doorgang voor het verkeer richting West-Blaak wil creëren.Opa Appie Poos begon 70 jaren geleden met deze standplaats met bloemen en planten die later door kleinzoon Peter Kloppert werd overgenomen die al jaren zijn opa met de verkoop van bloemen en planten had geholpen.
Sinds 1992 staat Sandra de echtgenote van Peet haar man bij met de verkoop.
Met de instelling van de zondagopenstelling in 1996 staan ze inmiddels zeven dagen per week. Peet doet de inkoop op de veiling en hij staat Sandra een gedeelte van de week op de standplaats bij met de verkoop.In het centrum behoren ze inmiddels sinds het raadsbesluit van de gemeente Rotterdam om een “uitsterfsysteem” toe te passen in het centrum tot de laatste standplaatshouders met bloemen en planten.
Tijdens het kerstbomenseizoen verkopen ze de mooiste kerstbomen tegen een scherpe prijs en met de unieke service dat de kerstboom ook thuisgebracht wordt in het gebied Rotterdam.-Carel  van der Poel

Schriftelijke Vragen Aan College

Schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethoudersBetreft: Onvoldoende aanpak overlast en schadelijke effecten renovaties door woningcorporatie Vestia

Rotterdam, 26 februari 2019

Geachte college,
De Rotterdamse SP-fractie maakt zich zorgen over de aanpak van overlast en schadelijke effecten van renovaties door woningbouwverenigingen. We krijgen van vele bewoners te horen dat de betreffende woningbouwvereniging onvoldoende rekening houdt met de wensen en bezwaren van de bewoners. Hierdoor zijn de bewoners de dupe van renovaties die vaak jarenlang duren en intussen veel overlast en schade veroorzaken.
Bewoners die contact opnemen met de woningbouwvereniging worden slecht behandeld en concrete oplossingen ontbreken vaak. De Rotterdamse SP-fractie vindt het een gruwel dat bewoners geschaad worden door renovatie werkzaamheden. Vaak betreft het ook mensen die zich geen alternatief kunnen veroorloven en dus machteloos schade krijgen berokkend. Een renovatie weigeren blijkt onmogelijk en de negatieve gevolgen ervan zijn dus niet te vermijden.
1: Bent u bekend met de klachten van bewoners rondom renovatie werkzaamheden door Vestia aan de Jan Evertsenplaats? Zo ja, hoe wordt er omgegaan met deze bezwaren?
2: Klopt het dat Vestia dreigt met rechtszaken als bewoners het niet eens zijn met de renovatie werkzaamheden?
3: We krijgen ook meldingen van bewoners dat ze geconfronteerd worden met fijnstof, asbest en bouwvakkers in hun huis tijdens de renovatie. Bent u het met ons eens dat bewoners deze werkzaamheden als ingrijpend kunnen ervaren? Bent u bereid om Vestia erop te attenderen dat er adequaat voorlichting en maatwerk oplossingen moet worden geboden aan bewoners?

Met vriendelijke groet,

Taylan Cicek

Hoe Zinvol Is Burgernet?

Hoe zinvol is Burgernet?

Door Anne-Rose Hermer

Een betrokken bewoner uit het Lijnbaankwartier had zich opgegeven voor Burgernet. Dit is een project van de politie waarbij wordt gevraagd om de inzet van de burgers. Een steentje bijdragen aan de veiligheid van haar woonomgeving. Dát sprak deze mevrouw aan.
Totdat ze lekker lag te slapen en om kwart voor één ’s nachts de telefoon ging. Ze schrok zich een ongeluk! Er zou toch niets aan de hand zijn met een van haar kinderen of kleinkinderen? De schrik was nog groter toen de nachtelijke beller de politie bleek te zijn.
Gelukkig was er niets aan de hand met haar dierbaren. Het ging om een telefoontje in het kader van Burgernet. Er was iets gebeurd in de Vijverhofstraat. Of haar misschien iets was opgevallen.
De daders, zo las ze later ergens, hadden donkere kleding aan. Het was buiten donker, het gebeurde niet in haar directe woonomgeving én het ging om een tijdstip waarop veel mensen slapen. Natuurlijk had ze niets gezien of gehoord! Wat dacht de politiebeambte die haar belde? Dat ze röntgenogen heeft? De Vijverhofstraat is toch veel te ver weg voor bewoners van het Lijnbaankwartier om iets gezien te kunnen hebben? En wat zijn dat voor manieren om iemand zomaar om die tijd te bellen? Als er hier in de buurt een schietpartij was geweest, dan had ik dat telefoontje kunnen begrijpen. Daar worden de meeste mensen wakker van, of van de eventuele sirenes van politiewagens en/of ambulances.
Het gevolg is natuurlijk dat deze betrokken buurtbewoner een streep onder haar deelname aan Burgernet gaat zetten. Dit wil ze niet nog een keer meemaken.
Volkomen logisch, maar op deze manier valt de goede intentie van Burgernet in het water. Als je je opgeeft, wordt er niet verteld dat je rekening moet houden met nachtelijke telefoontjes.
In de serie CSI Miami zegt een van de hoofdrolspelers graag tegen daders die denken dat ze ergens mee wegkomen: ‘We never close.’
Dat geldt natuurlijk ook voor de politie in het Rijnmondgebied. Alleen hoeft dit toch niet te betekenen dat behulpzame burgers 24/7 paraat hoeven zijn?

Mochten er bewoners zijn die hier anders over denken, dan verneem ik dit graag.

Geen Horeca In Of Langs Het Plantsoen!

Geen horeca in of langs het plantsoen!

Door Anne-Rose Hermer

Als je in het centrum woont, dan weet je dat je niet hebt gekozen voor een hutje op de hei. Gelukkig is het in de loop van de jaren wel tot beleidsmakers doorgedrongen dat het centrum een woonwijk is, mede dankzij bewonersorganisaties zoals Roffanum.

Ongeacht welke politieke partijen het stadsbestuur vormen, het doel is om meer woningen te bouwen in het centrum. Dan mag niet vergeten worden dat het centrum een fijne woonomgeving moet zijn.

Tot mijn grote schrik had een anonieme beleidsmaker bedacht om de garageboxen in de expeditiestraat bij de Jan Evertsenplaats uit te breken tot aan het Jan Evertsenplantsoen. Hier zou horeca gevestigd kunnen worden, maar dan zonder terrassen! Dit vind ik echt een stap te ver, maar het is ook onuitvoerbaar. Vooral in de zomer redt de gemiddelde horecazaak in het centrum het niet zonder terras. Gevolg: de horecazaken die op deze plek neerstrijken laten de gemeente op een moment weten dat ze vertrekken, tenzij ze een terrasvergunning krijgen. Als ze hun dreigement uitvoeren, dan is er natuurlijk amper een horecaondernemer te vinden die zijn of haar vingers aan deze locatie brandt. Om dit te voorkomen worden er in dat geval tóch terrasvergunningen verstrekt, waarna het hek van de dam is. Hetzelfde geldt voor avondvergunningen. Om van nachtvergunningen maar te zwijgen. In de Witte de Withstraat worden sommige bewoners stapeldol van de herrie als gevolg van sommige avond- en nachtvergunningen van horecazaken die lekkernijen bereiden zoals een broodje shoarma. De zaken zélf zorgen niet voor overlast, maar wel de scooters waarop de nachteters zich verplaatsen. Die racen door de straat alsof het klaarlichte dag is.

Welke omwonende van het Jan Evertsenplantsoen zit hier op te wachten? We weten immers niet wat voor soort horeca er in komt. Horeca is een ruim begrip. Wat te denken van de potentiële kookluchten? Enkele bewoners hebben een jarenlange strijd gevoerd om de Satébar in de Karel Doormanstraat er uit te krijgen. Je moet er toch niet aan denken dat dit concern weer terugkeert aan de andere kant van het parkje!

De ontwerpers van de Lijnbaanhoven hebben bewust voor deze parkjes/plantsoentjes gekozen om een stukje rust te creëren. Dat moet gerespecteerd worden.

Voorlopig is dit horecaplan van de baan, maar er moet wel voor gewaakt worden dat het zo blijft! Bewoners die er anders over denken, staan natuurlijk in hun recht. Alleen vermoed ik dat ze de minderheid vormen.

De Jan Evertsenplaats plaats volgend jaar in de oude glorie hersteld

De Jan Evertsenplaats plaats volgend jaar in de oude glorie hersteld

Door Lily Zaric

Toen de renovatie van de monumentale Vestia flatgebouwen aan de Jan Evertsenplaats bekend werd, gingen de gesprekken tussen bewoners vooral over het “gedoe” dat het met zich mee zou brengen. Na jarenlange bouwwerkzaamheden van Calypso, de Karel Doorman, de B-Tower, de herinrichting van de Lijnbaan en de bouw van het Forum Rotterdam, hoopten bewoners op enige rust. Behalve dat men niet zat te wachten op meer geluid- en stofoverlast, maakten zij zich zorgen over de duur van de werkzaamheden, het wel of niet in hun woning kunnen blijven en de vandaag de dag niet vanzelfsprekende kwaliteit van het uitgevoerde werk.

Nu de werkzaamheden begonnen zijn en met voortvarend tempo de ene na de andere woning opgeknapt wordt, het leed is geleden en delen van de stellages weggehaald worden, komen de façades met de oorspronkelijke vormgeving en kleuren tevoorschijn. Het lichtgrijs van de horizontale balken, het donkergrijs van de balkons, het zwart van de horizontale glazen platen en de dunne witte lijnen van de raampartijen vormen een zuiver lijnenspel dat de technische- en architectonische kwaliteit van de gebouwen zichtbaar maken dat in schrille contrast staat met die van de omliggende gebouwen.

Bewoners van de Jan Evertsen- en de Karel Doormanplaats kunnen trots zijn op zichzelf en de strijd die zij gedurende twee jaar met zijn allen onder leiding van de bewoners “Klankbordgroep Lijnbaanhoven” hebben gevoerd om de gebouwen te redden van de voorgenomen sloop. Trots kunnen ook leden van de bewonersorganisatie RIA (Rotterdam In Actie) zijn die solidair meegeholpen hebben, culturele instanties en grote bouwondernemingen die het slopen en uitverhuizen van zittende bewoners, ondanks gemeentelijke tegenbewering, een slecht plan vonden. De restauratie is net begonnen en nu is al te zien dat dankzij verzet het Lijnbaan ensemble met de flatgebouwen en de hoven terecht tot een Rijksmonument is benoemd.

De weerstand en het verzet zijn nog steeds springlevend onder de bewoners van de Jan Evertsenplaats als het gaat om hun gebouwen en het groene plantsoen dat in de herbouwplannen veranderd zou worden in een mega parkeergarage. Sindsdien hebben bewoners elke vier jaar, tegelijk de wisseling van de College van B&W en de gemeenteraad, liefdevol en vurig ingesproken om de hoven die zij de “Longen van de Lijnbaankwartier” noemen te behouden tegen gemeentelijke plannen om er een winkels en horeca in en rondom te vestigen. Die zijn er al in overvloed op kruipafstand zoals een van de gemeenteraadsleden opmerkte. Bas Kurvers, wethouder bouwen, wonen en energietransitie gebouwde omgeving heeft in een vergadering van de Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte volmondig toegezegd dat dat niet zal gebeuren. Zijn collega Bert Wijbenga, wethouder handhaving, buitenruimte, integratie en samenleven was erbij.

De onzekerheid over het hof duurt voort. Men maakt zich zorgen over de vijver met planten en vissen, de verplaatsing van het beeld, het vernielen van groen, rooien en/of verplaatsen van bomen en het intense gebruik van het gehalveerde plantsoen wegens de ingerichte bouwwerkplaats inclusief de bouwkeet, afvalcontainers, de bouwkraan en het vrachtverkeer. Maar bewoners van de Jan Evertsenplaats zouden niet de bewoners van deze plek zijn als ze hun weerbaarheid wederom niet lieten zien. Ondanks de onzekerheden wil men duidelijk laten merken dat het Jan Evertsenplantsoen na de restauratie een geliefde groene plek blijft. Bewoners zijn aan welverdiende rust toe en willen een plek met grote bomen en bloemen, vissen, vogels, libellen en vlinders midden in de stad. Met een mooie fontein en meer beelden. Bewoners hebben hun ideeën via de “Bewonersontwikkelingsvisie Groen Cool-Noord” bekend gemaakt aan het College van B&W en de raadsleden. Ze willen dat de gemeente hun wensen tegemoetkomt, want wat met de gebouwen bereikt is kan ook met de buitenruimte waar gemaakt worden.

De eigenaren van de VvE Jan Evertsenplaats hebben een vergunningaanvraag recentelijk ingediend om hun flatgebouw ook in oude luister te laten herstellen. Zij hopen dat snel met de werkzaamheden gestart kan worden. Na voltooiing van de drie gebouwen zal in volle omvang blijken welke waarde deze plek vertegenwoordigd. Een waarde die in ieder geval in schril contrast afsteekt met de Vinex achtige nieuwbouw van de laatste jaren waar meer voor middelmatige architectonische kwantiteit is gekozen dan voor kwaliteit en mensvriendelijke utiliteitswaarde.

Beste bewoners van de Jan Evertsenplaats, blijf vooral zo doorgaan. Laat je niet opzijzetten, want de ware schat voor de stad zijn bewoners die om hun woonomgeving en om elkaar geven en in solidariteit leven. Met jullie inbreng wordt het plantsoen ook weer een bijzondere plek waar jullie trots op kunnen zijn. Zorg dat je van je laat horen.

Lijnbaanhoven: Joost Banckertsplaats en Jan Evertsenplaats

Lijnbaanhoven: Joost Banckertsplaats en Jan Evertsenplaats 

Stadmaken is een geliefd en aansprekend motto van bestuurders en vele betrokkenen in de Maasstad. Stadonderhouden klinkt minder sexy maar is op den duur niet minder belangrijk! Nu Rotterdam meer en meer haar imago van werkstad met permanent bonkende heimachines inwisselt voor dat van een buitengewone stad waar het goed toeven is, vraagt dat stadsonderhoud: schoon, heel en veilig.

In verschillende rollen draagt Molenaar&Co hier met plezier en toewijding aan bij: varirend van supervisie over het verbeterprogrammavan tuindorp Vreewijk (nominatie Rotterdamse architectuurprijs 2018) en het adviseren over jonge monumenten tot en met het toekomstbestendig maken van de Lijnbaanflats en het begeleiden van beeldkwaliteit in stadsstraten. Een kort signalement:

Al eerder waren wij adviseur bij de renovatie van de lijnbaanhof Joost Banckertsplaats (eigenaar Amvest) te Rotterdam. Voor Vestia, eigenaar van de Jan Evertsenplaats, eveneens onderdeel van het Lijnbaanflatensemble (1955, Rijksmonument), is het van groot belang om de kwaliteit en toekomstwaarde van haar woningen te versterken. Zij bereikt dit door een toekomstgerichte, eigentijdse aanpak wat betreft energieprestatie, comfort en ventilatie maar ook door het respecteren van het oorspronkelijke gevelontwerp. Zo worden de niet originele PVC woonkamerpuien vervangen door aluminiumkozijnen in twee soorten profielen (waren van origine hout met staal). Ook worden route en architectuur hersteld van de entreehallen van de Jan Evertsenplaats. In plaats van een enkele ingang krijgen deze als van ouds een tweezijdige glazen verbinding: van de hofzijde naar de Van Ghentstraat en de Aert van Nesstraat. 

Opdrachtgever: Vestia, Rotterdam; uitvoering Van Wijnen Stolwijk. 
 

Chabotmuseum 

Onlangs hebben wij in opdracht van het jubilerende Chabotmuseum de verzwakte betonnen luifel van hun villa (1938-’39, Rijksmonument) aangepakt en de museale eisen verbeterd. Bij deze restauratiewerkzaamheden kreeg de karakteristieke ronde luifel een van buitenaf onzichtbare schuin aangezette binnenrand en een verbinding met een nieuw geplaatste dunne goot aan de buitenzijde van de luifel. Dit om te voorkomen dat het regenwater op de luifel blijft staan en over de rand op de twee ondergelegen balkons stort. Ook werden de glazen licht doorlatende bouwstenen in de luifel herplaatst. In het museuminterieur is de klimaatinstallatie gerenoveerd naar hedendaagse eisen en zijn nieuwe inbraakbestendige ramen met ultraviolet werend glas geplaatst. Bij deze ingrepen stond respect voor het oorspronkelijke architectonisch beeld voorop, mede omdat het gebouw onderdeel is van de museumcollectie en haar programma. 

Opdrachtgever: Stichting Museum Chabot, Rotterdam 
 

 

Een boom als metafoor

Een boom als metafoor

Een in Rotterdam zeldzame boom in het Jan Evertsenplantsoen, de ‘Notofagus Antartica’ uit het zuidpoolgebied van Patagonië, Chili en Magellaan, met kleine blaadjes die een mooi gele herfstkleur geven en bij kneuzing naar kaneel ruiken, moest verplaatst worden vanwege de restauratie van de twee Vestia flatgebouwen die het hof flankeren aan de noord en oostkant. De werkzaamheden zullen in september 2018 starten. Omdat deze mooie, solitaire en meerstammige boom in september mogelijk de verplaatsing niet zou overleven, zijn de gemeente en de aannemer op een vrijdag gezamenlijk begonnen met het weghalen van de houten bielsen en het gedeeltelijk wegscheppen van de aarde rondom de boom. Dit allemaal vooruitlopend op de toekomstige plannen. Na gedane arbeid werd de graafmachine naast de boom achtergelaten met een keurige hekomheining.

Bewoners vroegen zich af wat er gaande was, maar omdat er geen bewonersbrief verspreid was, dacht men dat het om een kleine ingreep ging. Tot ieders verbazing werd op de maandag daarop groot materieel het hof binnengereden. Over 45 meter werden twee parallelle rijen stalen rijplaten op het smalle gazonstrook tussen de bloemenspiraal en het westelijke bosschage neergelegd. Vervolgens werd een groot gat gegraven voor de boom dat naderhand iets te klein uitviel.

Intussen bleek dat voor de doorgang van een graafmachine en een mobiele vrachtkraan de takken van de mooiste roze-bloemige kastanjeboom afgezaagd moesten worden. Een boom die nu in bloei staat. Wat ook sneuvelde, waren een aantal takken en een van de stammen van de zeldzame boom. Dit levert waardevol hout op. Wat overbleef was een zielig uitziend boompje met afgezaagde ledematen, geheel onherkenbaar als een zeldzame boom van het zuidelijk halfrond die 35 meter hoog kan worden. Het afgezaagde waardevolle hout werd de dag daarop versnipperd door een inmiddels aangevoerde versnippermachine.

De hele operatie vond plaats in de volle zon zonder water tijdens drie zeer warme dagen, Of de boom dit zal overleven is de vraag. In ieder geval zal hij verzekerd zijn van weinig groeiruimte, want hij staat nu vlakbij andere bomen geplant. Zonde, want elders in het plantsoen is voldoende plek en zouden bomen welkom zijn. Het gras, de bloemen en de struiken zullen maanden over hun herstel doen. Bij navraag zei de gemeente dat de boom anderhalf jaar later teruggeplaatst zal worden na het beëindigen van de werkzaamheden aan de gebouwen. De hele verhuisoperatie zal dan nogmaals plaats vinden.

Bewoners zagen de uitvoering van deze ingewikkelde operatie aan, zich afvragend of het niet veel eenvoudiger was geweest om het boompje via het brede middenpad, dat geen stalen platen behoeft, naar een plek aan de andere kant van het plantsoen te verplaatsen zonder de stalen platen te hoeven te gebruiken en zonder zoveel groen te moeten vernielen.

Natuurlijk had dat wel gekund als er beter tussen alle partijen gecommuniceerd was. Tussen de gemeente, Vestia en de aannemer. Tussen de gemeente, de VvE Jan Evertsenplaats, de huurderscommissie en de overkoepelende bewonersorganisatie. Veel geld had gespaard kunnen worden, geluid en andere overlast geminimaliseerd. Uit de ontknoping van dit verhaal bleek dat de aannemer toch niet zo veel plek nodig had voor de opslag van het bouwmateriaal als de gemeente begrepen had. Bewoners zagen een mooie ruime plek voor de boom, maar het was te laat. ´Heel jammer,´ zeiden bewoners. ´Zo gaat het hier steeds. Zo gaat dat als bewoners er niet bij betrokken worden.´

Dit verhaal begon al toen bewoners een paar mannen in gestreken pak en GMS in aanslag in het plantsoen zagen lopen, wijzend naar een en ander. Dan weten bewoners met zekerheid dat er iets gaat gebeuren zonder communicatie, zonder overleg met omwonenden, zonder bewonersbrief. Het is beslist niet de eerste keer. De Lijnbaanhoven hebben een lange geschiedenis van pogingen tot afbraak, zoals ondergrondse garagebouw, diverse horeca walhalla projecten, pretpark en andere bestemmingen waarvoor ze niet bedoeld zijn. Vooruitlopend op de herstructurering van het plantsoen, volgens de gemeente pas over 10 jaar, wordt het onderhoud alvast op laagstand gezet.

Deze gebeurtenis kan bestempeld worden als een ware metafoor voor hoe het gaat als bewoners gereduceerd worden tot lijdend voorwerp en dat ook accepteren omdat ze de strijd moe zijn. Zo gebeurt het als bewonerssignalen niet worden opgepakt door diegenen die er het meeste baat bij hebben. De gemeente als besturende en verantwoordelijke uitvoerende. De meest gedupeerde blijft onze plaatselijke democratie, die net als de Lijnbaanhoven dreigt te worden ondermijnd ondanks de monumentale status. Bewoners kunnen wel degelijk het nodige verschil maken als ze erbij betrokken worden en dat met gezamenlijke krachten afdwingen.

Achteraf blijkt bij navraag bij de gemeente dat Vestia verantwoordelijk zou zijn voor de informatie naar bewoners toe en moet daarover aangesproken worden door bewoners en niet door de gemeente. Ze hadden ook de plicht met buren te overleggen, maar dat deden ze niet. ´Dat was allemaal heel jammer,´ liet de gemeente weten. Bij een tweede navraag bleek de gemeente tóch verantwoordelijk te zijn voor de communicatie. ´Dat was heel jammer,´ zei de aannemer. Wie zal het zeggen? Misschien kan de gemeenteraad de gemeentelijke diensten, aannemer en bewoners informeren over wie waarvoor verantwoordelijk is en iemand aanstellen die het gaat handhaven.

Justus van Hout

Wat heeft Roffanum bereikt in 2017?

Door Anne-Rose HermerRoffanum heeft dit jaar niet stilgezeten. De groeiende organisatie werkt er hard aan om niet alleen zichzelf op de kaart te zetten, maar ook de bewoners van het centrum. Dit gebied is een beetje van iedereen. De beslissingen over het centrum werden vaak niet door de voormalige deelgemeente Centrum genomen. Dat gebeurde ´aan de Coolsingel´, waar het algemene belang de boventoon voert. Roffanum zorgt ervoor dat centrumbewoners een stem hebben.

De laatste tijd wordt Roffanum in toenemende mate als serieuze gesprekspartner beschouwd. In ieder geval een factor om rekening mee te houden. Forum, de nieuwe luifels van De Lijnbaan, het zijn voorbeelden van projecten waarbij Roffanum bij de communicatie wordt betrokken.

Het dringt steeds beter tot (gemeentelijke) instanties en projectontwikkelaars door dat bewoner het niet op prijs stellen als ze in het lokale katern van het AD moeten lezen over een torenflat die praktisch in hun voor- of achtertuin zal worden gebouwd. Zo moesten de bewoners van de Lijnbaanflats destijds ontdekken dat het appartementencomplex boven voormalig Ter Meulen gebouwd zou worden. Misschien was dit allemaal anders verlopen als Roffanum er al was geweest. Een van de vele voorbeelden waarmee het bestaansrecht van deze organisatie moeiteloos kan worden aangetoond. Op naar 2018!

Geven Rotterdammers om hun erfgoed?

Door Lily Zaric Om de zo veel tijd duikt er in onze stad nieuws over een stukje oud Rotterdam dat moet verdwijnen omdat het in de weg staat voor de stedelijke ontwikkeling of omdat het niet meer rendabel is. Terwijl andere Europese steden de kleinste resten van hun historische cultuur angstvallig bewaken en ontwikkelen zien we hier nog steeds een tegenovergestelde trend. Verpaupering slaat toe, gebouwen worden gesloopt, parken en pleinen volgebouwd, vormgegeven straatmeubilair verdwijnt om plaats te maken voor “de Rotterdamse Stijl”. Zo ook in de kwestie van het Scheepswerf de Koningspoort in de Oude Haven. Een levend museum dat de geschiedenis van de Rotterdamse binnenvaart vertegenwoordigt.Het is nog niet bekend wat er precies met de historische werf gaat gebeuren. Hoe belangrijk is de scheepswerf en voor wie? Voor toeristen of voor de Rotterdammers zelf? Het Maritiem- en het Havenmuseum is het niet gelukt om de werf te behouden. De Gemeenteraad heeft de subsidies drastisch verminderd, de rol van de Raad van Cultuur is op de helling gezet, bewoners zijn verdeeld. Er zijn ook Rotterdammers die de historische scheepswerf, waar dagelijks schepen worden opgeknapt, willen behouden.

Wat zegt dat over de stad, haar instellingen, bestuurders, eigenaren en bewoners? Betekent het een blinde vlek, gewilde of ongewilde desinteresse, geld als leidende draad, affirmatie van individueel of algemeen belang, gebrek aan leiding en kennis? Komt het Konings Poort als zijnde niet rendabel in privé handen om er een horeca met terras te vestigen? Wordt het een bouwplek voor een investeerder of gaat het over iets anders?

Kunnen bewoners het stedelijk bestuur helpen om de juiste beslissing te nemen? Wat zijn de belangrijkste kwesties en vraagstukken en hoe lossen we die met zijn allen op?

Wat is jouw mening?